De bouworde - belevenissen van John Candèl

1: 1962 in Poitiers

Pater Laetus maakte veel reclame voor de bouworde van “Spekpater” Werenfried van Straten. Heel wat voorexamen- en eindexamenklassen van het Henric van Veldeke College in Maastricht hebben zich in die tijd voor dit goede doel ingezet.
Zo gebeurde dat ook in de zomervakantie van 1962. Een groot aantal leerlingen van HBS 4 A en B, die bevorderd waren naar HBS 5, hadden zich opgegeven om 3 weken te gaan werken in Poitiers. Wij werden vervoerd in Belgische autobussen van de gewone regiolijndiensten, die ons van het station in Maastricht naar de plaats van bestemming brachten. In ons geval was dat de wijk Planty in Poitiers. Wij werden ondergebracht in de pastorie van monsieur le curé Béranger. Het was een nieuwbouwhuis en daar sliepen wij met zijn twaalven op veldbedjes, die allemaal netjes naast elkaar stonden in het souterrain. Helemaal hygiënisch was het niet, want toen mijn moeder de koffer na thuiskomst open deed, sprongen de vlooien de kamer in. Elke morgen kreeg het pastoortje ons het bed uit door de plaat van Soeur Sourire “Dominique” te draaien.
Het werk was fysiek tamelijk zwaar en iedereen is wel een dag ziek geweest. Dat kwam ook door de hitte, alhoewel we goed beschermd waren door speciale witte kleding en petjes. Ook maakten we in een weekend een uitstapje met auto’s van parochianen in de buurt van Poitiers. Ik kan me herinneren dat ik samen met Wilbert van Rens en het Franse meisje Monique achterin een Peugeot 403 zat. Van dat uitje heb ik nog foto’s:

Ook hebben we een ander weekend geroeid op de rivier de Vienne, ook daar heb ik nog foto’s gevonden :

Op onderstaande groepsfoto genomen voor de pastorie staan we met zijn allen in pyjama, ikzelf in duivelsrood en Wilbert in streepjes, als een echte boef. De anderen waren natuurlijk allemaal engelen.

Op de foto van links naar rechts:
Gebroeders Dumont (links boven en links onder), Peter Meijs (l.b.2), Hans Seijen (l.b.3), John Candel (l.b.4), Wilbert van Rens (l.b.5), Rob Weetink (l.b.6),
Camille Keijzers (l.o.2), Luuk van Term (l.o.3), Guus Daniels (l.o.4), Henk Heuberger (l.o.5) en Jef Jacobs (l.o.6).

Ons project was het helpen bij de bouw van de moderne kerk “l’église de l’Annonciation” in Le Planty – Poitiers.

Wat het bouwen van die kerk betreft, daar hebben wij eigenlijk niets aan gedaan, des temeer echter aan de pastorie, die ernaast gebouwd werd en meer in het bijzonder aan de wijnkelder, die daar moest komen. Voor onze komst had men de rotsige bodem met explosieven laten ontploffen. Wij hebben met kruiwagens en schoppen al het puin opgeruimd.

Daar zou ik nog wel eens terug willen komen om er een flesje Château-Neuf-du Pape op te halen en uiteraard samen met vrienden op te drinken.
Onze namen staan nog altijd op een grote plaquette achterin de kerk. Dus als je ooit in de buurt komt…..

De liefde voor de Franse taal heeft zowel Henk, als mij toen gegrepen. Dat resulteerde, voor wat mij betreft in een jarenlange correspondentie met Monique Florimont en voor wat Henk betreft met Josyanne. Alhoewel ik van Henk niet weet hoe lang dat geduurd heeft. De eerste paar brieven heb ik nog laten corrigeren door mijn vader, later niet meer….
De twee dames in korte broek op onderstaande foto zijn niet Monique en Josyanne maar twee 2 meisjes uit Maastricht die voor de keuken moesten zorgen.

Ikzelf sprak toen redelijk goed Frans en moest vaak het woord doen, ook als een journalist voor een artikel in de regiokrant langs kwam, voor het resultaat klik hier en hier
Met de pastoor kon ik het ook goed vinden:



Op een dag bracht hij mij naar een nonnenklooster van een contemplatieve orde (waar men niet mocht spreken) om daar te helpen met bepaalde werkzaamheden, ik denk sjouwwerk. Daar kreeg ik ook een lunch met een salade van gesneden tomaten en als nagerecht een groene vijg die niet te pruimen was. Veel Frans heb ik daar niet opgedaan, niet passief (luisteren) en niet actief (spreken). Haha.
Bij het pastoortje was het ook geen vetpot. Zo kregen we op een dag artisjokken, d.w.z. de stengels met de bladeren. Onderaan kon je nog een wit stukje uitzuigen. Maar het optrekken met elkaar was natuurlijk geweldig, ook belangrijk voor de sfeer in de klas later dat jaar, het eindexamenjaar 1963.
De dag dat we aankwamen om 5 uur ’s morgens zijn we een man of 4 meteen naar beneden naar het centrum gelopen, naar de poort waar Karel Martel in 732 de Moslims die vanuit het zuiden Frankrijk waren binnengevallen, had verslagen en over de Pyreneeën terug naar Spanje gedreven had. Daar bestelden we wijn en prompt kwamen er 4 glazen en een fles witte wijn. Die hebben we uitgedronken, maar hadden daarna wel moeite om de berg weer op te komen. Het begon dus goed….

2. 1963 in Brousse-le-Château (Aveyron)
Deelnemers:
Léon Ramaekers, Henk Heuberger, Wim van Gerwen, Hammy Lipsch, Ben Nelissen, Wilbert van Rens, Guus Daniëls, Bert Snakkers, Vic Thijs, John Candel, …………..  ……………?

Deze keer geen foto's maar wel een heuse film!
Op onze weg naar het nieuwe project komen we door Poitiers en daar gaan we eerst even langs monsieur le curé Béranger en bekijken we de nieuwe kerk “l’église de l’Annonciation”, in Le Planty waarvan wij alleen de fundering gezien hebben een jaar geleden.

Eerste onderkomen is een soort boerderij aan de rivier de Tarn gelegen bij het gehucht Pestel. Daar ploegde een boer de akker om met een ploeg nog getrokken door een paard. Er waren in de boerderij geen voorzieningen van water en toilet, dat moest in de rivier gebeuren.
Elke morgen een wandeling van 2 km naar Brousse-le-Château waar we beginnen met het opknappen, puin ruimen in een van de huizen die men wil gaan verhuren aan de toeristen. Ben Nelissen en Leon Ramaekers maken een vlot om op die manier met de stroom mee naar huis te gaan. Bij aankomst breekt het vlot in stukken.
Na 1 augustus verhuizen wij naar het kasteel (9e eeuw) dat we gaan opknappen. In de slaapzaal op de eerste verdieping staan onze ijzeren bedden en omdat er geen ramen in de kozijnen zitten, vliegen ’s nachts de vleermuizen in en uit.
Wij zijn voornamelijk bezig geweest met het afkappen van de dikke lagen roet in de grote keuken van het middeleeuws kasteel.
Via het dak heb je een prachtig uitzicht op de omgeving en zie je in de diepte de Tarn lopen. Ook zijn er langs de gevel grote sleuven waardoor pek en teer naar de belegeraars gegooid konden worden.
In een weekend hebben we met een busje een uitstapje gemaakt naar Albi. Daar was ook een kermis.

 

.Klik hier om terug te gaan naar de inleiding over de Bouworde
....